De leerlingen positief benaderen

De leerlingen positief benaderen is een heel belangrijk onderdeel in het onderwijs. Als een leerling goed luistert en doet wat jij verwacht, beloon je hem vaak. Als een leerling zich niet aan de regels houd, straf je hem. Maar op welke manier beloon je een leerling? En hoe straf je hem?Even een simpel voorbeeld, bijvoorbeeld bij de kleuters. Een leerling komt naar je toe en zegt: “Juf, ik heb mijn beker leeggedrinken”. Wij weten dat het leeggedronken is maar een kleuter weet dat nog niet. Op welke manier los je deze situatie op?

Je zegt tegen de leerling: Wat goed dat jij je beker hebt leeggedronken! Of, wat heb jij je beker goed leeggedronken. Doordat je er een nieuwe reactie op hebt, maak je daar een positieve zin van. Als je zegt, het is niet gedrinken maar gedronken, kan dat heel negatief overkomen. Probeer het zo positief mogelijk op te lossen. Daar bereik je een goede band mee met een leerling. Een leerling leert het op deze manier van jou. Nu gaat de leerling zelf nadenken. Hij denkt na en bedenkt zich dat het leeggedronken is. Als dit weer gebeurt, zeg je weer: Wat goed dat jij je beker hebt leeggedronken!positief

Op een gegeven moment leert een leerling hoe je het wel uit moet spreken. Soms kan je heel erg boos worden. Hoe moeilijk het ook is, je moet proberen rustig te blijven en positief te benaderen. Je kan wel op een strenge manier praten. Vertel de leerlingen wat ze wel moeten doen en niet wat ze niet moeten doen.

Stel een leerling rent door de gang. Dan zeg je niet: “Niet rennen door de gang”. Maar je zegt: “We lopen door de gang”. Je kan ook nog erbij zeggen dat je anders kan vallen of tegen iemand aan kan botsen. Iedere leerling weet de regels van de school. De standaard regels zijn. Lopen door de gang, stil zijn wanneer de juf praat en bijvoorbeeld met respect omgaan met elkaar. Iedere dag gebeurt het dat de leerlingen daar niet naar luisteren. Op een positieve manier breng je dit over. Het helpt echt! Iedere klas heeft een leerling die wat meer opvalt dan de rest. Door de klas gillen, glijden door de klas en daardoor steeds je les verstoort. Spreek deze leerling apart aan. In de groep vinden ze het stoer waardoor hij je kan uitlachen. Door het apart aanspreken kan je afspraken maken met deze persoon.

Ook kan je stickerkaarten bij houden bij zo’n persoon. Je maakt afspraken en dan krijgt de leerling een sticker. Als de stickerkaart vol is, krijgt de leerling een beloning. Dat kan bijvoorbeeld zijn als de klas aan het lezen is dat hij een spelletje op de computer mag spelen. Als de andere leerlingen vragen waarom deze leerling op de computer zit, zeg je dat je een afspraak met deze leerling hebt. Verder niks, want niet alle leerlingen hoeven dat te weten.

Nog een laatste voorbeeld: Niet rennen in de school wordt: We lopen door de school.

Probeer de leerlingen altijd positief te benaderen!

 

 

Met dank voor dit artikel aan Lisa den Hollander. ( Student OA)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *